• 24 januari 2019

Nieu­we wes­te­lij­ke rond­weg Amers­foort mag er ko­men

Nieu­we wes­te­lij­ke rond­weg Amers­foort mag er ko­men

Nieu­we wes­te­lij­ke rond­weg Amers­foort mag er ko­men 150 150 admin

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het bestemmingsplan ‘Westelijke ontsluiting’ van de gemeenteraad van Amersfoort in stand gelaten. Dit blijkt uit een uitspraak van vandaag (24 januari 2018). Het bestemmingsplan maakt een aanpassing van de rondweg mogelijk aan de westkant van de stad. De weg wordt deels verdiept aangelegd. Ook komen er een aparte fietsroute en een fietsbrug. Tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Bezwaren

De zaak was aangespannen door de Vereniging Behoud Bos Birkhoven en Bokkeduinen, een groep omwonenden en het bedrijf AMVEST. Volgens hen bestaat er geen noodzaak voor het aanleggen van de nieuwe rondweg. Verder vrezen zij dat de nieuwe weg tot meer verkeer, geluidsoverlast en schade aan de natuur zal leiden. AMVEST is eigenaar van het kloostercomplex Onze Lieve Vrouwe ter Eem. Het bedrijf voerde aan dat het kloostercomplex door de wegaanpassing zou worden aangetast.

Onherroepelijk

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft alle bezwaren ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad ‘nut en noodzaak voor de westelijke ontsluiting voldoende zorgvuldig onderzocht’. Verder oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeenteraad ‘in redelijkheid de aantasting van de cultuurhistorische waarden van het kloostercomplex aanvaardbaar heeft kunnen achten’. Ook heeft de gemeenteraad de bezwaren over geluidsoverlast en de schade aan de natuur voldoende weerlegd.

Achtergrond

De plannen voor nieuwe rondweg aan de westkant van Amersfoort kennen een lange geschiedenis. Met de nieuwe rondweg wil de gemeente de regionale bereikbaarheid en de verkeersveiligheid verbeteren. De weg is onderdeel van de N221 en vormt een verbinding tussen de N199 en de N237.

Lees hier de volledige tekst van de uitspraak met zaaknummer 201609542/1.

Bron: www.raadvanstate.nl